RECENSIES MAMA, KOM TERUG!


De wet van Johnny Mooiweer

Dagblad van het Noorden

Een jaar of zeven geleden leerde ik Johnny Mooiweer kennen: een parmantig kereltje, dat opportunistisch oplossingen zocht voor de problematiek van alledag. Hij was de hoofdpersoon in Thérèse Majors debuut Johnny Mooiweer. Realisme uit de school van Guus Kuijer, maar minstens zo goed als Kuijer. Een paaar jaar later kwam het vervolg: Wat mijn moeder niet weet. Johnny ging daarin op vakantie naar familie in Hongarije, waar hij op zolder een vreselijke ontdekking deed rond de afkomst van zijn moeder. En dit najaar is het drieluik voltooid met Mama, kom terug!

Johnny en zijn vader zijn weer thuis, maar moeder bleef in Hongarije om uit te zoeken wie haar echte vader is. Zonder vrouw in huis begint het boek dus met behoorlijk wat huishoudelijke problematiek. (‘Elke dag boodschappen doen. Elke dag tafeldekken. Elke dag weer afruimen. Dat horen kinderen niet te doen. Daar zijn moeders voor.’) Johnny’s broer steekt geen poot uit. Zijn vader heeft het druk met de aanschaf van een peperdure Spietmaster voor de drukkerij. En Johnny’s moeder geeft geen gehoor aan de oproep thuis te komen.

Kortom: Johnny staat er alleen voor en dat is geen pretje. Dan heb je zelfs weinig aan de wet van Mooiweer: het is de mens verboden bang te zijn in zijn eigen huis. Hij eet niet eens meer, want als je brood kauwt, hoor je niet dat er iemand rondsluipt. Uiteindelijk grijpt een daadkrachtige tante in. Zij reist met Johnny naar Hongarije om zijn moeder op te halen.

Het mooie aan dit boek is weer de bijna nonchalante verteltoon, alsof het eventjes op een regenachtige middag is geschreven. Droogkomisch en met kinderlijke logica becommentarieert Johnny de gebeurtenissen van zijn leven. Major weet zich daarbij goed te verplaatsen in een tienjarig kind. In haar eerste boek ging het om kleine gebeurtenissen, maar allengs is de problematiek complexer geworden.

In Mama, kom terug! ontpopt Johnny zich zelfs als een detective en volgt er een spectaculaire speurtocht naar zijn echte grootvader. Dat maakt het boek er niet direct beter op, want eenvoud was juist de grootste verdienste van Majors debuut. Maar al met al blijft het wel een geestig en knap geschreven boek. Noord-Nederland wordt ook nog eens verwend met wat extra aandacht. De kordate tante Hil steelt de show met veel Fries in haar communicatie, inclusief de strijdkreet ’t Sil wèze! En voor de Groningers is er een bijzondere excursie naar de Grote Markt en d’Olle Grieze.

Harm de Jonge
 

Gevonden!
 


Johnny is boos! Hij en zijn vader hebben broer David van de trein gehaald. Maar die is zonder hun moeder uit Hongarije teruggekomen. Zij is daar gebleven om op zoek te gaan naar haar echte vader, een communist, en komt pas terug als ze hem gevonden heeft. Johnny weet er wel wat op. Zijn vader moet zodra ze thuis zijn meteen bellen om te zeggen dat ze naar huis moet komen. Dat doet ze ook als hij te lang bij zijn vriendje blijft. ‘Dan gaat ze altijd bellen. (…) Nou dan sjees ik maar weer naar huis. Dan moet ze dat zelf ook doen.’

Maar zijn moeder komt niet thuis. Het leven van Johnny staat op zijn kop. Zijn vader is veel op zijn werk en heeft er weinig idee van hoe hij voor zijn zoons moet zorgen. Johnny is vaak alleen en moet helpen in het huishouden. Hij vindt het moeilijk. ‘Alles moet ik altijd alleen doen. Elke dag mijn bed opmaken. Elke dag boodschappen doen. (…) Dat horen kinderen niet te doen. Daar zijn moeders voor.’ Hij voert veel gesprekken met zijn vis Blenko. Maar als dat niet meer helpt tegen de angst om alleen thuis te zijn, zit hij tussen de middag met een bezem naast zijn stoel zijn boterhammen te eten. ‘Want als er een inbreker komt, moet ik hem meteen neerslaan!’

Via mailtjes probeert Johnny zijn moeder over te halen naar huis te komen. Als dat niet lukt, besluit hij haar te helpen in haar zoektocht. Eerst ondervraagt hij zijn oma, die hem belangrijke dingen over zijn moeders verleden vertelt. Daarna reist hij met tante Hil en vriendje B.B. af naar Hongarije om zijn moeder op te halen. Tijdens die reis ontpopt Johnny zich als een ware speurneus.

In Mama, kom terug!, het derde boek van Thérèse Major over Johnny Mooiweer, onthult Johnny tijdens een ontroerende ontdekkingsreis niet alleen de waarheid over zijn moeders verleden. Tijdens die zoektocht leert hij ook zichzelf beter kennen. Johnny groeit van de dingen die hem overkomen. Als hij met zijn oma praat over hoe zijn opa uit Hongarije is gevlucht denkt hij: ‘Die is begonnen met vluchten. (…) Maar als de mensen gewoon honderd jaar thuis bleven, (…), dan weet iedereen waar-ie zit en hoeft niemand iets uit te zoeken, zoals mijn moeder.’ En verder: ‘Ik word een man zoals het hoort. Een blijver. Direct als ik thuis ben, begin ik ermee.’ Mama, kom terug! zit vol met deze diepe gedachten, waarmee Major opnieuw laat zien dat ze weet welke gedachtekronkels een tienjarige jongen kan hebben.
Leesfeest - Yvonne