RECENSIES DE DUIK

 


De Volkskrant



Een dwarslaesie is geen lolletje, en dat wordt het ook niet. Maar dat betekent niet dat Peter liever dood was. Het is de allerkortste samenvatting van De duik van Thérèse Major, een soort geschreven documentaire, gebaseerd op het echt gebeurde ongeluk van een schoolvriend van haar dochter.


Op 27 juli 2001 duikt de dan 18-jarige student, die in het echt Floris de Vries heet, in het water bij het surfstrandje van de Stille Belterwijde bij Meppel. Het water is te ondiep, hij breekt zijn nek en kan als hij bijkomt in het ziekenhuis alleen zijn hoofd nog bewegen.
Major is onder de indruk van zijn pogingen om het leven weer op te pakken en besluit hem en zijn familie en vrienden te interviewen.


De vraag of iets opschrijven wat zo dichtbij is, nog wel jeugdliteratuur mag heten, lijkt terecht. Maar Major weet dusdanig afstand te houden, dat pas na onderzoek blijkt dat ze de jongen al heel lang kende. Belangrijker: een goede stijl blijft een goede stijl.
De Duik grijpt de lezer vanaf de eerste zin bij de keel en houdt de spanning lang vast. De nieuwsgierig houdende vorm die Major koos – zelf noemt ze het een ‘zaproman', waarin om de beurt iemand het woord krijgt – helpt daarbij uitstekend.


Als dit geen goede literatuur is, dan is het uitstekende journalistiek.


De jeugdliteratuur kan trouwens wel wat meer journalistiek gebruiken. Dat liet Bibi Dumon Tak al zien in haar prachtige op interviews en reportages gebaseerde jeugdboeken, waarvan het vorig jaar verschenen Rotjongens (Athenaeum, 2007) over jongeren in de gevangenis misschien nog wel het meest lijkt op wat Major hier doet. In De Duik maken we kennis met echte mensen. Indrukwekkende en minder indrukwekkende. De nuchtere Peter die door zijn handicap uiteindelijk meer geluk vindt dan in de deprimerende periode daarvoor. De moeder die het allemaal misschien iets té vlot accepteert. De vader die blijft vechten, brieven versturen en borden plaatsen bij de plek van het ongeluk.


En dan zijn er die kwetsende vragen om hen heen. Had hij niet beter dood kunnen zijn?
Krijgt hij nog functies terug? Of erger nog: kan hij misschien ooit weer lopen?


Gaandeweg wordt het boek zwakker. De hoofdstukken zijn weinig onderscheidend en gaan eigenlijk steeds over hetzelfde. Op een gegeven moment weet je het dan wel: Peter probeert zo goed en zo kwaad als het gaat een normaal leven te leiden, en hij hoopt dat zijn lezers met hun lichaam geen domme dingen zullen doen.


Daar staat tegenover dat juist in de tweede helft van het boek interessante details te vinden zijn. Zo gaat Peter op rijles in een auto die hij met zijn voorhoofd en één hand kan besturen. Dwarslaesiepatiënten worden zelden erg oud. Dat wrange, dubbele gevoel van hoop en nooit meer zorgeloos mogen zijn maakt De Duik tot een interessant boek dat best tot de literatuur gerekend mag worden.


Hier lusten we wel meer van.
Pjotr van Lenteren


Kidsweek


Het leven van Peter verandert ingrijpend na een duikongeluk: hij is verlamd vanaf zijn nek tot in zijn tenen. Thérèse Major maakte van zijn waargebeurde verhaal een krachtig en adembenemend boek.


Het was een zomerse dag, het vriendengroepje van Peter ging zwemmen in een meertje. Martijn sprong in het verraderlijk ondiepe water. Peter dook. En dreef het volgende moment op zijn buik. Hij had zijn nek gebroken en zou voor de rest van zijn leven verlamd zijn, vanaf zijn schouders tot in zijn tenen. Een kasplantje, zou je denken.



Documentaire

Dit waargebeurde verhaal wordt verteld op de eerste pagina's van De Duik van Thérèse Major, maar iets anders dan het hier staat. Major interviewde alle betrokkenen en gaf hun woorden letterlijk weer. Er staat 'Martijn': en dan wat Martijn zegt, enzovoort.
Zo leest het als een uitgeschreven tv-documentaire over Peter en zijn omgeving, levensecht en rauw. Major is de zwijgende documentairemaakster die alles filmde, selecteerde en achter elkaar monteerde.



Lange wandelingen


Door die rechtstreekse manier van vertellen zit er vrijwel geen afstand meer tussen lezer en vertellers. Het is hun verhaal, in hun eigen woorden, die soms zoekend en stamelend overkomen, zo eerlijk en oprecht als maar kan. Het grootste deel van het boek beschrijft Peters leven ná het ongeluk. De revalidatie komt aan bod, de terugkeer naar huis en de vraag of het zo had móeten zijn.
Even eigenaardig als aangrijpend is het hoofdstuk over lange wandelingen die Peter vlak voor het ongeluk maakte, alsof hij wist dat hij niet lang meer te lopen had.





Keukengerei sorteren


Zulke gedachten worden afgewisseld met hartverscheurende details, zoals dat Peters moeder in de nacht na het ongeluk al haar keukengerei sorteert, 'om overeind te blijven'. Peter zelf blijft overigens ook overeind: De duik is uitendelijk overtuigend hoopgevend. Hij had niet 'beter kunnen sterven', want hij kan nog genieten, en dat zijn z'n eigen woorden. Major portretteerde hem en zijn omgeving zo haarscherp, dat je daaraan werkelijk niet kunt twijfelen.
Thomas de Veen


Taalleesland



Thérèse Major schreef een boek over duikongeval in ondiep water. In een aangrijpend verslag maakt Peter de lezer deelgenoot van de gevolgen van een fatale duik waarbij hij zijn nek breekt en verlamd raakt. De schrijfstijl is aanvankelijk indringend en afstandelijk maar wordt geleidelijk intiemer.

Dat niet alleen Peters leven ingrijpend verandert, maar ook dat van de gezinsleden en zijn vrienden wordt duidelijk in hun levensechte verhalen over het ongeluk en hun eigen gedachten en gevoelens. Ondanks het feit dat leven met een dwarslaesie niet leuk is en sommige mensen zelfs denken dat hij beter dood had kunnen zijn, probeert Peter toch alles uit het leven te halen en slaagt daar behoorlijk in. Het verhaal is een soort geschreven documentaire, gebaseerd op een echte gebeurtenis en interviews met het slachtoffer, zijn familie en vrienden.


Meppeler Courant


Hoe één duik in ondiep water je leven voorgoed kan veranderen: Floris de Vries (23) uit Meppel weet er alles van. Het overkwam hem ruim vijf jaar geleden. Hij dook in water van nog geen halve meter diep, raakte op ongelukkige wijze de bodem en liep een hoge dwarslaesie op. Het gevolg is dat hij sinds die tijd in een rolstoel zit.


‘Ik vond het heel bijzonder dat iemand een boek over mij wilde schrijven,‘ vertelt Floris. Thérèse op haar beurt was geïntrigeerd door het feit dat Floris zijn leven weer zo goed op regel had gekregen na zijn ongeluk. Hij koos voor de studie assistent-bouwkundig tekenaar, die hij inmiddels heeft afgerond. Dit werk kan hij volledig met de computer doen;
in zijn geval handig omdat hij als gevolg van het ongeluk zijn armen en handen niet goed meer kan gebruiken.


Thérèse besloot Floris, zijn twee broers en zus te interviewen aan de hand van vragenlijsten, en ook zijn ouders en vriendin kwamen uitgebreid aan bod. ‘Het boek bestaat uit hoofdstukken met verschillende korte fragmenten, waarin de betrokkenen hun verhaal doen. Als je je afvraagt hoe zijn ouders het trauma beleefd hebben, hoe Floris als kind was, of hoe de revalidatie is verlopen, dan kun je daar zo heen zappen.'


Voor Floris en zijn familie bleek het behoorlijk heftig om alle gebeurtenissen van toen weer te herbeleven. Toch wilden ze allemaal graag meewerken aan het boek. ‘Een van de redenen waarom ik dit verhaal wilde vertellen is als waarschuwing voor andere jongeren. In een land als Nederland is zoveel water en er wordt hier zoveel door jongeren van walkanten en bruggen gedoken. Als je je nek breekt in het water en je wordt niet snel gered is het vrij logisch dat je verdrinkt. Als dit boek oplevert dat iemand niet in ondiep water duikt, terwijl hij dat anders misschien wel gedaan zou hebben, dan vind ik het al fantastisch,' stelt Floris.


Het feit dat hij nu in een rolstoel zit, heeft zijn persoonlijkheid niet veranderd, benadrukt hij. ‘Ik ben precies dezelfde Floris, ik vind het nog steeds leuk om geintjes uit te halen.'


‘Ik wilde geen sensatieverhaal maken,' zegt Thérèse, ‘daarom heb ik niet alleen het ongeluk, maar de hele persoon Floris en zijn achtergrond willen belichten. Ik wil laten zien dat er leven is na een dwarslaesie.'


‘Veel mensen denken namelijk dat ik nu niks meer doe,' vult Floris aan, ‘maar ik heb gewoon een leven, hoor! Ik heb een vriendin, ik heb mijn eigen huisje – naast mijn ouders – ontworpen en ik ben op zoek naar werk als assistent-bouwkundig tekenaar, bijvoorbeeld bij een architectenbureau.'


Bij het surfstrandje waar het allemaal gebeurd is, is hij sinds die bewuste dag niet meer geweest. ‘Het is heel confronterend voor me; ik wil er nog wel een keer naartoe, maar nu nog niet. Het is toch de plek waar mijn leven een andere wending heeft genomen…'
Marianne Wegenaar
 

Dagblad van het Noorden




Een fatale duik in ondiep water zette het bruisende jeugdleven van Floris de Vries uit Meppel op z'n kop. Hij raakte met zijn hoofd keihard de bodem en liep een hoge dwarslaesie op. In samenwerking met Floris, die in een rolstoel zit, en zijn familie schreef de Meppelse Thérèse Major een boek. 'Het is hún verhaal', benadrukt ze.


Schrijfster Thérèse Major (49) las destijds in de krant over het gruwelijke duikongeluk van de nu 23- jarige Floris de Vries. Het bericht greep haar aan, zorgde voor een diepe schok. 'Ik ken hem al 17 jaar. Als jongetje van zes was hij op de Vrije School het vriendje van mijn dochter Evelien. Ze speelden en kletsten veel met elkaar. Een leuk stel.'


Major raakte steeds meer onder de indruk, zeg maar gerust gefascineerd, van de krachtige levensinstelling van Floris de Vries. 'Wat een doorzettingsvermogen. Die gast laat zich er niet onder krijgen, gaat door. Hij laat zien dat er leven is na een dwarslaesie.'


De geïntrigeerde Major wilde hierover een boek schrijven, een roman met karakter-ontwikkeling. Floris en zijn familie gingen akkoord. Het boek, met als werktitel De Duik – one dive can f*ck your live, verschijnt in de loop van dit jaar.


'Een realistisch verhaal. Wél een boek met een lach en een traan. Floris is nou eenmaal een boeiende jongen met humor, komt regelmatig grappig uit de hoek. Het ongeluk heeft zijn persoonlijkheid niet veranderd.'


Met een ontwapenende blik, vaak een lach op het gelaat, luistert Floris de Vries naar de schrijfster. Hij voelt zich zichtbaar op z'n gemak in zijn eigen huisje. Pal naast de ouderlijke woning. Knus ingericht, een opvallend rijkelijk gevulde boekenkast, en een computer binnen handbereik.


'Verveling? Ben je gek. Ik lees veel, volg het nieuws op de voet en denk daarover na. Het was behoorlijk heftig om alle gebeurtenissen van toen weer te herbeleven,' erkent De Vries. 'Na zo'n ongeluk ben je lichamelijk minder dan een baby. Geestelijk ben je 18 jaar. Dat is zwaar.'


Het boek bestaat uit hoofdstukken met verschillende korte fragmenten, waarin de betrokkenen hun verhaal doen. 'Het is een soort zaproman geworden. Vrij uniek, toch? Er zijn stukken die ik niet met droge ogen kan lezen. Zó ingrijpend. Maar al die persoonlijke gesprekken hebben ook mijn eigen leven verrijkt,' zegt Major. Juist vanwege het persoonlijke karakter gebruikt Major in het boek andere namen. 'Daarmee creëer je afstand.' Ook de woonplaats Meppel komt er niet in voor. 'Niet relevant,' vindt ze, 'want zoiets kan immers overal gebeuren.'


Floris de Vries kan zich de duik in het ondiepe water nog goed herinneren. Hij zat op die bewuste 27ste juli van 2001, een zomerse dag, met zijn toenmalige vriendin en een bevriend stelletje op het surfstrandje bij de Stille Belterwijde. 'Ik dook in het water, mijn vriend sprong. Ineens geen gevoel meer in je benen en vreselijke pijn in de nek.'


De nek gebroken, een complete hoge dwarslaesie, luidde de diagnose in het ziekenhuis in Zwolle. De Vries belandde in een rolstoel en revalideerde in Beatrixoord in Haren. Hij kan zijn armen, handen en vingers steeds beter bewegen. 'Je geniet tijdens het revalidatieproces van kleine dingen. Zelf eten en drinken. Een pen vasthouden, iets van de grond pakken. Dat zijn écht overwinningen, hoor. En bij honkbalclub Blue Devils ben ik speaker. Met een draadloze microfoon …'


Floris en Thérèse zijn fel gekant tegen stuntprogramma's op televisie. 'Die programma's geven een valse boodschap. Als jongen had ik ooit ook het idee onsterfelijk te zijn. Dat is dus niet zo', beseft De Vries.


Floris de Vries wil graag aan de slag als assistent-bouwkundig tekenaar en een gezinnetje stichten. 'En vooral gelukkig blijven.'
(ingekorte versie)
Theo Geskus