DE DUIK

Uitgever: Nieuw Amsterdam
ISBN: 9789046803509
Verkoopinformatie: Beslist.nl
 

 
Uit de Volkskrant

Een dwarslaesie is geen lolletje, en dat wordt het ook niet. Maar dat betekent niet dat Peter liever dood was. Het is de allerkortste samenvatting van De duik van Thérèse Major, een soort geschreven documentaire, gebaseerd op het echt gebeurde ongeluk van een schoolvriend van haar dochter.

Op 27 juli 2001 duikt de dan 18-jarige student, die in het echt Floris de Vries heet, in het water bij het surfstrandje van de Stille Belterwijde bij Meppel. Het water is te ondiep, hij breekt zijn nek en kan als hij bijkomt in het ziekenhuis alleen zijn hoofd nog bewegen. Major is onder de indruk van zijn pogingen om het leven weer op te pakken en besluit hem en zijn familie en vrienden te interviewen.

De vraag of iets opschrijven wat zo dichtbij is, nog wel jeugdliteratuur mag heten, lijkt terecht. Maar Major weet dusdanig afstand te houden, dat pas na onderzoek blijkt dat ze de jongen al heel lang kende. Belangrijker: een goede stijl blijft een goede stijl. De duik grijpt de lezer vanaf de eerste zin bij de keel en houdt de spanning lang vast. De nieuwsgierig houdende vorm die Major koos – zelf noemt ze het een ‘zaproman', waarin om de beurt iemand het woord krijgt – helpt daarbij uitstekend. Als dit geen goede literatuur is, dan is het uitstekende journalistiek.

De jeugdliteratuur kan trouwens wel wat meer journalistiek gebruiken. Dat liet Bibi Dumon Tak al zien in haar prachtige op interviews en reportages gebaseerde jeugdboeken, waarvan het vorig jaar verschenen Rotjongens (Athenaeum, 2007) over jongeren in de gevangenis misschien nog wel het meest lijkt op wat Major hier doet. In De duik maken we kennis met echte mensen.

Indrukwekkende en minder indrukwekkende. De nuchtere Peter die door zijn handicap uiteindelijk meer geluk vindt dan in de deprimerende periode daarvoor. De moeder die het allemaal misschien iets té vlot accepteert. De vader die blijft vechten, brieven versturen en borden plaatsen bij de plek van het ongeluk. En dan zijn er die kwetsende vragen om hen heen. Had hij niet beter dood kunnen zijn? Krijgt hij nog functies terug? Of erger nog: kan hij misschien ooit weer lopen?

Gaandeweg wordt het boek zwakker. De hoofdstukken zijn weinig onderscheidend en gaan eigenlijk steeds over hetzelfde. Op een gegeven moment weet je het dan wel: Peter probeert zo goed en zo kwaad als het gaat een normaal leven te leiden, en hij hoopt dat zijn lezers met hun lichaam geen domme dingen zullen doen.

Daar staat tegenover dat juist in de tweede helft van het boek interessante details te vinden zijn. Zo gaat Peter op rijles in een auto die hij met zijn voorhoofd en één hand kan besturen.
Dwarslaesiepatiënten worden zelden erg oud. Dat wrange, dubbele gevoel van hoop en nooit meer zorgeloos mogen zijn maakt De duik tot een interessant boek dat best tot de literatuur gerekend mag worden. Hier lusten we wel meer van.


 
De Volkskrant - Pjotr van Lenteren